Noorse Witte nachten

Ach, wat waren het onvergetelijke momenten. Die avond in de rurale periferie van het Noorse Trondheim zal ik nooit vergeten. Het was 21 juni ‘94. Overal in het noordelijk halfrond begon de zomer, althans volgens de kalender. Ik had het geluk om dit prille zomerbegin bij schitterend weer te mogen meemaken. Na een vergadering had een Noorse collega, Aksel Pettersen, alle deelnemers naar zijn huis op het platteland uitgenodigd. We zouden samen Midzomernacht vieren. De zon zou die nacht amper onderduiken. Overal heerste een met voorvreugde overladen sfeer. Men had merkwaardige paalvormige objecten met bloemen en bladeren versierd. Later op de avond begonnen de mensen uitbundige rondedansen uit te voeren.

Ook ik kon de verleiding niet weerstaan. Ik moet toegeven dat het best een bizar beeld geweest moet zijn. Een zevental gedreven juristen die samen met de inwoners van een klein Noors plattelandsdorp uit de bol gaan rondom een opgesmukt totempaalachtig construct. Op dat moment konden echter ook deze zeven juristen hun job even laten varen. De magie van het spektakel had ons gegrepen. Het mysterieuze effect dat voortvloeide uit de combinatie van een natuurfenomeen en het feestelijke, haast sektarische eerbetoon had ons alles betoverd.

Nadat we een tweetal uren – of misschien zelfs langer – gezamenlijk in het rond hadden gejakkerd, begonnen onze magen te grommen. Blijkbaar dachten velen er net zo over en geleidelijk aan begon iedereen aan te schuiven aan lange tafelrijen die de dorpsbewoners op voorhand hadden opgesteld. Tijdens het overheerlijke en fris smakende avondmaal begonnen de inheemse broeders drankliederen te zingen. Daar wij het Noors niet machtig waren, hielden we het bij genoegzaam meeneuriën. Bovendien bedienden we ons rijkelijk van de jenever die werd rondgereikt. Hierbij was ik dan nog redelijk terughoudend in vergelijking met enkele van mijn collega’s die de volgende dag noodgedwongen hun terugvlucht moesten afbellen om wat langer op Noorse bodem uit te nuchteren. Er moet gezegd worden dat ik gelukkig vrij resistent ben tegen de effecten van alcohol. Zo was ik nog redelijk klaar in mijn hoofd, toen rond 5 uur ’s morgens onze Noorse collega Aksel Pettersen zich oprichtte en de blik over de lange tafel liet glijden. Er was nog maar weinig volk afgedropen en de rangen waren nog goed gevuld.

Aksel stond dus op en loste, na een aantal onderzoekende blikken, een knetterende boer. Vervolgens viel hij achterover en begon een snurkgeluid te maken. Blijkbaar had onze collega het wel zeer bont gemaakt die avond. Zulke taferelen was ik immers gewoon van experimenteerzuchtige tieners of van depressieve flesjeslurkers. Van een gerespecteerde jurist, gespecialiseerd in de aardgassector kwam dit echter zeer verrassend! Zijn vrouw, die blijkbaar veel minder geschokt was, sleepte haar man gauw richting zijn bed. Wanneer ik de volgende ochtend, samen met 4 collega’s vertrekkensklaar was (3 andere collega’s waren zoals vermeld niet in een staat om een vliegtuig te bestijgen) vertrouwde Aksels vrouw me toe dat het niet de eerste keer was dat Aksel zich overmatig drankgebruik te beurt liet vallen.

Het wat bevreemdende einde van de avond zette echter geen domper op de hele ervaring. Ik ben blij dat ik zulk een warm feest in het vaak zo kil als een kerkvloer beschreven noorden mocht meemaken. Elk jaar op 21 juni ben ik met mijn gedachten ook een beetje in het hoge noorden, daar waar ongetwijfeld ook dit jaar een spetterend lichtfeest gevierd wordt. Hopelijk is ook Aksel weer van de partij. Na het bewuste voorval hoorde ik niets meer van hem en we kwamen ook niet meer professioneel met elkaar in contact.

Witte nachten kunnen weliswaar zwart eindigen, de magie die ze behelzen is beslist niet van zwarte aard!

Gepubliceerd in: on juni 21, 2007 at 11:30 pm Laat een reactie achter

De trackbackURI naar dit bericht is: http://rudypladijs.wordpress.com/2007/06/21/noorse-witte-nachten/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Leave a Comment