Het gebeurt niet vaak dat ik de tijd vind om hier op een enkele dag twee berichten neer te schrijven, maar aangezien ik eerder vandaag al berichtte over de Engelse les die ik mijn neefje Joris ging geven lijkt het me gepast om nu reeds mede te delen hoe dit verlopen is.
Toen Joris mijn appartement binnenkwam werd zijn guitige vollemaansgezicht nog ontsierd door een droeve oogopslag en een opkomende pruillip. Het was me meteen duidelijk dat hij geen zin had in een namiddagje onderricht van zijn nonkel Rudy. Dit stemde me – hoe vreemd dit ook mag klinken – eerder vrolijk.
Wanneer ik samenwerk met een erg positief ingesteld iemand, zoals een klant die veel van me verwacht en ernaar uitkijkt om met mij te werken, word ik niet zelden overvallen door een lichte vorm van faalangst. Ik hou er niet van om mensen teleur te stellen, om hun optimisme te laten stranden op de massieve muur van mijn gedisciplineerde werkethiek, om hun opgewekte stemming te doorspietsen met de spitste naald van mijn zakelijke scherpzinnigheid. Als ik me van een belangrijke taak kwijt ben ik niet in de stemming om de vrolijke Frans uit de hangen. Noch heb ik de behoefte om van elk interpersoonlijk contact en elk werkgerelateerd bilateraaltje een gezellig onderonsje te maken.
De neerslachtige houding waaronder Joris gebukt ging bood me echter een uitdaging. Het was niet nodig om als een onderkoelde professor de jongeman te beteugelen en discipline bij te brengen. Ik moest hem geen werkethiek opdringen, maar in hem de stimulerende geestdrift opwekken die de jeugd zo doet bruisen.
Op een pedagogisch ongetwijfeld geheel onverantwoorde manier paste ik een zelfbedachte lestechniek toe. Via Amazon.co.uk had ik een interessante DVD besteld zodat ik samen met hem een Engelstalige film – zonder ondertitels natuurlijk – kon bekijken. Ik koos voor een onderhoudende prent die op een eveneens boeiend boek gebaseerd is. Het idee is om de film als borrelhapje te gebruiken en dan samen met hem in een volgend stadium de roman in kwestie te lezen.
Het is namelijk erg vervelend, onnoemelijk saai en voor een jongeling zeer deprimerend om zijn vrije woensdagnamiddag te besteden aan het leren van Engelse grammatica en droge woordenschat. In plaats daarvan wil ik hem warmmaken voor de Engelse taal, wil ik hem taalgevoel bijbrengen zodat hij intuïtief aanvoelt wat er al dan niet “goed” dan wel “fout” klinkt. Een gedegen kennis van de syntax en vocabulary kan ik hem dan stapsgewijs onderwijzen op een luchtige manier, verwerkt in de lees- en opzoekingsopdrachten.
Volgende week gaan we om de beurt een stukje voorlezen uit het boek. Alle woorden die hij niet verstaat zoeken we samen op en noteren we in een schriftje. Van hem verwacht ik dan enkel dat hij de opgezochte woorden enkele keren herhaalt, zodat hij die tenminste kent. Ik hoop van ganser harte dat deze techniek zijn vruchten afwerpt.
Het bekijken van de film deze namiddag was hem in ieder geval al goed bevallen. Toen zijn moeder hem kwam afhalen trok hij echter nog steeds een zuur gezicht en meende ik enkele traantjes te zien opwellen in zijn ooghoeken, maar deze keer niet omdat hij geen zin had om enkele uren bij nonkel Rudy door te brengen. Wel integendeel, die jongen wou gewoon niet naar huis gaan!