Tibet of toilet?

In het licht van de recente ophef rond de schending der mensenrechten in de Volksrepubliek China acht ik het opportuun de geëmotioneerde, irrationele, haast populistische retoriek in te ruilen voor een feitengericht, gedegen gestaafd discours dat niet enkel de buitensporige trammelant tot zijn ware proporties herleidt, maar ons ook noopt tot bescheidenheid aan de hand van nuchtere introspectie.

Ik, als jurist en mens, sta natuurlijk helemaal achter de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, maar wens de hypocriete huichelarij van de Westerse politici te doorprikken. Wat betreft ons land dienen bijvoorbeeld veel aspecten van het rechtswezen aan de kaak gesteld te worden.

Verontrustend vaak heffen mijn collega-juristen hemeltergende klaagzangen aan betreffende de lamentabele staat van het sanitair in de Belgische penitentiaire instellingen. De overbevolking brengt de privacy natuurlijk al in het gedrang, maar het wordt pas echt mensonterend als er in cellen een opgewaardeerde emmer in plaats van een volwaardige wc staat – waardoor gevangenen elkaar noodgedwongen ruiken en zien beren en urineren. De minister van Justitie mag dan wel geld uittrekken voor de bouw van nieuwe gevangenissen om zo meer broodnodige plaatsen te verkrijgen, toch lijken investeringen in het sanitair van bestaande norren zonder meer prioritair. Je zou toch verwachten dat Vandeurzen tenminste lavabo’s laat installeren…

Maar ook op andere justitiële domeinen schiet men tekort, bijvoorbeeld wat betreft de exponentiële toename van (onterechte) gedwongen opnames in de psychiatrie en de lange voorhechtenis die het adagium “onschuldig tot het tegendeel bewezen is” onrecht aandoet. Het is godgeklaagd dat een seculiere samenleving die de Verklaring van de Rechten van de Mens als quasireligieuze richtsnoer hanteert, de Bijbelse balk in het eigen oog niet ziet, of niet wil zien, terwijl haar politici wel als woordenrijke duivels in een wijwatervat het gele gevaar de les lezen. Niet dat hun kritiek onterecht is, of dat breedsprakige beleidsmannen hun mond moeten houden, maar er zou tenminste een zweem van consequentie mogen zijn!

Als het om wanpraktijken in België gaat – waar ze tussen haakjes verantwoordelijkheid voor dragen – staan onze eloquente volksvertegenwoordigers niet als haantjes-de-voorste op de barricades, maar zitten ze als passieve parelhoenen de lof van hun eigen scharreleieren te zingen. J’accuse! Natuurlijk: Free Tibet! Maar ook: ieder mens, elke modale Mustafa of jolige Jessica heeft het recht, net als Jan of Boris met de gevangenispet, op een rein en net toilet!

Gepubliceerd in: on april 9, 2008 at 10:22 pm Reactie (1)

De trackbackURI naar dit bericht is: http://rudypladijs.wordpress.com/2008/04/09/tibet-of-toilet/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Eén commentaar Leave a comment.

  1. Rudy, ik wil je heel graag terug in mijn leven.Ik beloof je dat je het er naar je zin zal hebben.


Leave a Comment