Er is aan alles een tekort, maar niet aan meningen

Het eeuwig gekrakeel der internetcommentatoren en dagbladorakels accumuleert tot onafzienbare massa’s meningen. Er is aan veel een tekort, maar niet aan meningen. Meningen zijn er in overvloed. Een mens vraagt zich af waarom hij nog de moeite doet al die meningen te internaliseren. Uiteindelijk blijft er bitter weinig van hangen, en doen we bitter weinig met alle ‘kennis’ die we opdeden door opiniestukken te verslinden. Wat is het nut, ontspanning?

Heeft de mens een aangeboren behoefte aan het spuien en lezen van meningen? Het is natuurlijk gemakkelijker dan feiten te blokken, het glijdt gemakkelijker binnen dan ruwe data. Maar er is meer. In het echte leven, in een ongedwongen sfeer, grossieren de mensen onophoudelijk in stand- en oogpunten. De verhalen die ze vertellen, de discussies over politiek of gezinsmanagement, het eeuwige geroddel, … mening, mening, mening. Zelfs de betere journalistieke teksten in vermaarde Angelsaksische tijdschriften spruiten uit de visie van één persoon voort, ze vormen de uitgewerkte tekstuele neerslag van hoe hij de intricate nuances van een bepaalde casus percipieert.

Als we denken, vormen we ook voortdurend meningen. Over onszelf, over de anderen, over een zeker concept, over de wereld. Wat is dan mis met meningen? Het probleem is dat ze per definitie waarheidswaarde bevatten. Of men het nu wil of niet, of men er nu achter staat of niet, als lezer-luisteraar geloven we dat hij die zijn opinie over iets geeft, denkt dat die opinie juist is. Natuurlijk zijn er uitzonderingen zoals boutades, ironische columns, uitingen van stand-up comedians. Maar ook daar, ook bij hen is het vaak duidelijk wat ze écht denken. En dat is zonde. 

Na een tijd veel kranten gelezen te hebben, veel blogs bezocht te hebben, verlang ik altijd weer naar de poëzie, de literatuur. Naar onzin, maar dan exquisiet geformuleerd. Naar romans waarin de meest onzinnige dingen gedacht en gezegd worden, maar daar horen ze ook thuis, daar kunnen we ze relativeren. We zijn ver gekomen wanneer het entertainment in de kranten vanuit de politiek moet komen. Wanneer mensen als Geert Wilders ons met hun waanzin vermeien. Wanneer we lachen met het geklungel van onze volksvertegenwoordigers. Net daar zou er wat meer sérieux mogen zijn.

Binnenkort zeg ik mijn abonnement op Knack op, zwier ik De Morgen en De Standaard buiten. Waarom moet ik alles over de capriolen van CD&V’ers weten? Waarom moet ik alles over onze weerbarstige economie inhaleren? Waarom de meningen van myriaden opinieleiders kennen? 

De Russische schriftstellers, auteurs van eigen bodem, Franse dichters en Duitse wijsgeren … ontelbaar waardevoller dan zelfs de scherpste politieke inzichten van Yves Desmet of Rik Van Cauwelaert. Het enige wat ik Morgen zal missen, is Bernard & Dewulf. En de erotische kortverhalen over het transhumanistisch orgasme in Uitgelezen. Al kan ik ook gewoon het boek kopen waarin al die verhalen zijn opgenomen. 

Gepubliceerd in: on april 24, 2008 at 11:48 pm Laat een reactie achter
Tags: ,

De trackbackURI naar dit bericht is: http://rudypladijs.wordpress.com/2008/04/24/er-is-aan-alles-een-tekort-maar-niet-aan-menigen/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Leave a Comment