Na een periode van zware arbeid behoeft de mens enkele dagen rust. Etmalen lang in bed verblijven is echter geen optie. Gedurende tientallen uren in quadriplegische toestand liggen ronken mag dan wel een verleidelijke droomgedachte zijn, praktijkervaring wijst uit dat het niet meer dan een versuffend effect heeft. Het hoofd dient vrijgemaakt en de ledematen losgeschud. Door het wandelen in weer en wind hervindt de geest zijn evenwicht.
Vorige week werkte ik nagenoeg onafgebroken. Ik vulde mijn dagen met telefoneren, rapporten lezen, het beantwoorden van een tig aantal mails en vooral het doorploegen van intricate naslagwerken. Ook gespecialiseerde woordenboeken werden uitgebreid doorsnuffeld. In de juridische sector zijn woorden namelijk geen luchtige zomerkleren die onschuldige gedachten op informele wijze moeten overbrengen. Het hanteren van de juiste termen is er van groot belang. Woorden moeten als het ware klonen van hun betekenis zijn. Alsof zo’n lichaamloze betekenis stolt en in letters vervleest.
Bij het opduiken van de minste semantische twijfel dook ik de vakliteratuur in, maar mijn interesse beperkte zich niet tot de lemma’s die ik voor mijn werk diende op te zoeken. Perpetueel werd mijn aandacht afgeleid door obscure organieke wetten die in deze tijden absurd aandoen, en door eeuwenoude juridische twistpunten die nog immer actueel lijken. Wat me vooral opviel is dat idealistische wetsvoorstellen – die hun tijd niet zelden ver vooruit waren – er bijna nooit doorkwamen, terwijl hun meer pragmatische pendanten zonder enig misbaar de stem van de meerderheid achter zich kregen.
Het schijnt me toe dat wetten vaak binnen ideologieën werden gekaderd en met al de argumenten die erbij hoorden verdedigd. In feite deden ze niet meer dan het belang van de machthebbers dienen: ze boden ze de regerende coalitie electorale of financiële voordelen. In de taalkunde zou men dit een abstractum pro concreto noemen. Wijsgerige stelsels werden immers misbruikt om duistere zaakjes van autarkische politici te faciliëren. Eigen zakken eerst, lijkt het adagium al sinds het begin der legislatieve praktijk te zijn.
De hemelbestormende, revolutionaire voorstellen, die zoals ik net vermeldde op een njet van de majoriteit strandden, kwamen in de regel vanuit de oppositie. Als die enkele jaren later aan de macht kwam, werden die wetsvoorstellen echter niet meer van onder het stof gehaald. Eenmaal op de troon gezeten, vervlogen utopische ideeën door de opkomst van opportunistische motieven. Die horen blijkbaar bij vergaarde postjes als zachte kaas bij een trappist.
De wet werd altijd al misbruikt. Zowel door de opstellers als door zij die er aan onderworpen zijn. Ook ik tracht immers voor mijn werkgever legalistische concepten zo te interpreteren en in mijn teksten voor te stellen dat ze hem het beste uitkomen.
En wanneer ik dat een week met bergen inzet heb gedaan, trek ik een weekend naar Westende om mijn zorgen al joggend uit te zweten. Ik geniet er enorm van, hoe cliché een verblijf aan de Belgische kust ook mag wezen…