De relevantie van het presteren

Na een drukke dag blaast de rechtgeaarde mens de zorgen uit zijn brein. Hij beseft, zijn professioneel leven is een perpetuele en pompeuze pleitoefening. Zelfs een ervaren schapenhoeder dient hypergeconcentreerd en tot in de puntjes gemotiveerd elke werkdag aan te vangen. Noch een succes-, noch een genadegarantie van zijn werkgever(s) werden hem immers in de schoot gelegd. Om nog maar te zwijgen over de garanties der waaghalzen die baas over eigen winkel willen zijn, de zogenaamde zelfstandigen. Zichzelf berechten is werkelijk en ontegensprekelijk een wankele oefening en enkel weggelegd voor honkvaste helden of waanzinnigen.

 Presteren is een ruim begrip, dus alvast van toepassing op elk werkend lid van onze samenleving. Dat niet iedereen zich kan kwijten van zijn imperatieve maatschappelijke taak, namelijk de arbeid, doet daar geen afbreuk aan. De vaststelling dat zowel de in klef zweet gebade advocaat tijdens zijn pleidooi, zijn juridische kür, als de noeste veeboer bij het voederen van zijn tachtig runderen hun steentje verantwoordelijkheid bijdragen staat buiten kijf. Ook de thuisgebleven strijkmeester of keukenjuffer behartigen ons gemeenschappelijk belang.

 Presteren is echter nog meer. Arbeidsongeschikten, werkzoekenden, daklozen en zelfs luie hufters worden dagelijks genoopt dit onder ogen te zien. Het Latijnse ‘praestare’ betekent letterlijk ‘beter zijn’. En geef toe, deze drift is menselijk! Een niet werkende kan het met gemak van een behouwen goudsmid halen bij een partijtje bridge, indien deze laatste minder vaardig blijkt. Zelfs een verdrietige pauper schept moed uit een persoonlijke overwinning. De bowlingvereniging van gepensioneerde zeelieden kan het gerust halen van Bowling Club De Jonge Juristen. Iedereen kan ‘beter zijn’, dat is de essentie van ons systeem. Daarom moeten we net hen fnuiken die dit beginsel onderuit trachten te halen. Het beeld van een prestatieloze maatschappij is een goedgelovige voorstelling, en bezit geen enkel raakvlak met de realiteit. Dit soort “progressieve” onzin hindert net elke vorm van vooruitgang!

 Ik beken, ik ben een progressief man. Maar dan definieer ik progressie niet als het tot schroot herleiden van alles waarop de rechtvaardigheid kan stoelen! Laat me steunen op de enige garantie die ik mezelf kan verstrekken, als het ware mijn zekerheidssofa, namelijk de rotsvaste overtuiging dat ik vandaag beter ben en morgen beter kan zijn. Dit betekent dus dat er op basis van mijn huidige prestatie steeds ruimte is voor de progressie  en het beter zijn van de toekomst.

Morgen wordt vast alles beter!

 Amicale groet.

Gepubliceerd in: on maart 18, 2008 at 8:11 pm Reactie (1)

Schol!

Vandaag, beste lezers, wend ik me vanuit het buitenland tot u. Een grote firma uit de chemische sector engageerde me voor een tweedaagse consultingopdracht. Het is mijn taak erover te waken dat toenaderingspogingen met een andere firma binnen de grenzen van het legaal bereikbare blijven, een opdracht die veel Fingerspitzengefuehl vergt. Al bij al gaat het echter om een interessante uitdaging, dat is dan ook een van de redenen waarom ik deze opdracht meteen aanvaardde toen ik het verzoek binnen kreeg. Men had me toen al gezegd dat de gesprekken in Hongarije zouden doorgaan. Geen probleem dacht ik toen, terwijl me romantische beelden van het mooie Boedapest door het hoofd zweefden. Een kleine ontnuchtering kwam echter toen bleek dat de besprekingen niet in Boedapest, maar in Debrecen zouden doorgaan. Deze stad ligt veel oostelijker en heeft een sterk industrieel karakter. Natuurlijk is het achteraf gezien logisch dat een firma uit de chemische sector op zulk een plaats belangen heeft.

 Gezien het maar om twee dagen ging, vetrok ik gisterenmorgen desondanks met goede moed vanuit Brussel Nationaal. Daar we gisteren tot zeer laat ’s avonds druk aan het werk waren had ik niet de kans gekregen om me naar buiten te begeven. Vandaag konden we echter al tegen 15u een punt achter het project zetten. Meteen erna verliet ik het hotel om een wandeling te maken door de straten van Debrecen. Ik moet zeggen dat het om een niet eens zo lelijk stadje gaat, al zijn de sporen van zowel de Tweede Wereldoorlog als de milieuzonden der voorbije decennia nog steeds duidelijk aanwezig.

 Na een korte wandeling had ik het wel gezien en besloot ik een frisse pint te gaan pakken in een lokaal etablissement om zodoende de lokale economie te stimuleren. Na mijn intrede in de kroeg maakte ik meteen oogcontact met de waard, een kloeke zestiger met een hoornen bril. Hij leek wel wat op een sjofele partijfunctionaris van de MSZMP, de Hongaarse communistische partij die het land tijdens de Koude Oorlog in haar greep hield. Toch waagde ik het erop om deze man in het Engels aan te spreken, gezien het feit dat mijn Hongaars meer dan ondermaats te klasseren is. “One fine pint of beer, please” vroeg ik beleefd. Blijkbaar hadden deze Engelse woorden een groots effect op de waard en de weinige andere klanten in de zaak. Zowel hij als de drie man en een paardenkop (letterlijk, er hing immers een opgezette paardenschedel aan de wand) fixeerden me met nogal brutale blikken. Enkele seconden vergingen in een doodse stilte. Opeens begon de waard te brullen. Hij wees tijdens zijn onverstaanbaar discours naar de opgezette paardenkop die lusteloos aan de wand hing, of zo dacht ik op dat moment toch. Ik begreep pas tien seconden later dat hij me niet vergeleek met dat stoffige monster, maar dat hij naar de uitgang wees. Deze lag in het verlengde van de muur waaraan de paardenkop bevestigd was. Geschrokken ontvluchtte ik dit griezelige nest en ik snelde terug naar mijn hotel. Hier zit ik nu aan een steriele bar met mijn laptop op de toog, profiterend van het draadloze maar ook mateloos dure internet.Achja, gelukkig betaalt de firma het.

Ik zal blij zijn als ik weg ben uit dit oord. Ergens voel ik echter de behoefte om terug te keren naar de kroeg om mijn recht te laten gelden. Een Dr. jur. Rudy Pladijs laat zich niet zomaar de les spellen door een boerenkinkel in een oud bokkencafé (ook niet in het Hongaars). Hoe pijnlijk voor me om hem geen wederwoord te hebben kunnen bieden. Maar ik berust in mijn lot en besef dat het verstandiger is om in het hotel te blijven. In mijn prille jeugd was ik voor mijn recht zelfs op de vuist gegaan, nu ben ik sluwer. Ik vertelde de barman zonet mijn verhaal. Nadat ik hem een fikse fooi had gegeven voor mijn koffie verkeerd fluisterde ie me toe dat zijn broer bij de politie werkt en dat die wel eens een kijkje zou gaan nemen in die zaak. Zo neem ik wraak. Ik weet: het is niet mooi. Maar het moet duidelijk zijn dat ik op mijn rechten sta. Het recht op een frisse pint in een etablissement naar keuze tel ik daaronder!

Ookal is mijn naam Pladijs, een welgemeende Schol!

Gepubliceerd in: on oktober 8, 2007 at 5:39 pm Laat een reactie achter

Vroege vogel

Deze ochtend rinkelde mijn wekker op een ontiegelijk vroeg uur. Door de bank genomen sta ik uit mezelf relatief vroeg op, een gevolg van een gedisciplineerde opvoeding naar ik aanneem. Maar als ik om klokslag vijf uur het warme bed reeds moet inwisselen voor een koude douche is het zetten van een alarm een noodzaak.

Na een verkwikkend stortbad repte ik me naar de keuken alwaar ik enkele beschuiten met mozarella en tomaat naar binnen speelde. Normaal gezien neem ik ruim de tijd om de overgang van het slapende nachtleven naar de wakende wereld niet te bruusk te laten verlopen. Niets heerlijker dan uur aan de ontbijttafel doorbrengen wijl smullend van een gezonde ochtendlunch, slurpend van een tasje groene thee en lezend in de krant. Ik ga me er niet toe laten verleiden om gemeenplaatsen te citeren over goed beginnen en half winnen, want hoezeer ik ook kan genieten van mijn ontspannend ochtendritueel, als ik me later op de dag door een moeilijk dossier moet wurmen blijft er van mijn ochtendvreugde namelijk niet veel meer over.

Waarom ik vandaag zo vroeg op moest?

Gisterenavond laat belde de persoon waarmee ik gisteren mijn passies maar moeilijk kon delen me op met de vraag of hij woensdagochtend nog snel een gesprek met me kon hebben. Hij had nieuwe informatie – waarover ik hier niet mag uitweiden – en moest koste wat het kost met me praten. Veel keus had ik niet, ik ben de enige die over de nodige dossierkennis ter zake beschikt om de zaak met hem te kunnen uitklaren. Ik ging er dus mee akkoord hem te ontmoeten, ’s ochtends in de lobby van een hotel vlakbij de luchthaven, zodat alles geregeld zou geraken alvorens hij opnieuw het vliegtuig naar London moest nemen. Een wel erg vroege vlucht trouwens.

Deze ochtend, na het vlugge wassen en eten, sprong ik in mijn auto, zette een CD van Tom Waits op en genoot van de opkomende zon die de nacht verdrong. Eenmaal aangekomen in Zaventem vond ik snel een parkeerplaats – een voordeel van het vroege uur – en trof ik hem in de lobby. Hij zag er een stuk frisser uit dan bij onze vorige ontmoeting. Ook het gesprek verliep al een stuk beter dan gisteren, volgens mij was hij dinsdag gewoon in slechte luim. We konden aan de hand van de nieuwe intel nog een verrassend goed compromis bereiken, zeker binnen het beperkte timeframe. Excuseer voor de niet-Nederlandse termen, maar als je de hele ochtend met een Brit praat blijven die Engelse termen nog een hele tijd rondhangen in je hoofd.

Nu goed, het is altijd leuk als alles achteraf dan toch nog goedkomt, ook al moet je er érg vroeg voor opstaan…

Gepubliceerd in: on juni 20, 2007 at 9:30 pm Laat een reactie achter

Passie leren delen

Deze voormiddag stond een professionele verplaatsing naar Antwerpen op het programma. Uitzonderlijk moest ik vandaag, dinsdag, een zakelijk etentje bijwonen van een partneronderneming van het bedrijf waarvoor ik donderdag en vrijdag op kantoor actief ben. Het betreft een firma uit de energiesector, waaraan Herman en Barbara als permanente werknemers verbonden zijn. De vertegenwoordiger van de partneronderneming in kwestie kon enkel vandaag tijd vrijmaken. Gelukkig ben ik nogal flexibel, daar ik de rest van mijn adviseurswerk op zelfstandige basis verricht.

De autorit naar Antwerpen verliep vlot. Gelukkig werd ik pas rond de middag ter plaatse verwacht, waardoor ik de ochtendspits ruimschoots kon vermijden. De ontmoeting vond plaats in een modern ingericht restaurant. Met spijt in het hart moest ik vaststellen dat de inrichting een zodanige koelte uitstraalde dat ik al weinig zin had om er lange tijd te verblijven. Maar goed, de plicht riep! Ik vroeg de eerste de beste kelner die me tegen het lijf liep naar de op naam gereserveerde tafel. Om, gezien de locatie, hilariteiten in verband met mijn gekende familienaam te vermijden, had ik op naam van mijn zakenpartner gereserveerd. Deze naam moet ik u helaas schuldig blijven, evenals de inhoud van het gesprek. Mijn werkgever zou zoiets niet graag op het wereldwijde web zien verschijnen!

Ik had graag uw aandacht willen vestigen op het optreden van de bewuste gesprekspartner. Ten eerste moest ik wel een half uur wachten voor hij kwam opdagen. Na een gemompelde begroeting, verwees hij naar zijn vertraagde VLM vlucht vanuit Londen. Ik haastte me om er geen probleem van te maken en zo snel mogelijk over te gaan tot de studie van de kaart. Het had geen zin om dit gesprek in een verzuurde sfeer te beginnen. Mijn voorstel om bijgevolg met een glaasje demi-sec te beginnen, wees ie echter resoluut van de hand. Hij had maar weinig tijd, weinig honger en bovendien bezorgde champagne hem meteen een waanzinnige hoofdpijn. Ondertussen was de ober aan tafel gekomen om de bestelling op te nemen. Om de sfeer niet helemaal om zeep te helpen, bestelde ik maar gauw een licht voorgerecht. Het zou de eerste en laatste keer van het onderhoud zijn dat mijn gesprekspartner met me akkoord ging: hij bestelde net hetzelfde, met een geforceerde glimlach op zijn gezicht. Vanaf dat moment begonnen de zakelijke gesprekken, die zeer zwaar bleken te zijn. Ik had voortdurend het gevoel dat het zelfgenoegzame karakter van de man een goed compromis in de weg stond. Nu goed, ik ga er niet verder op in…

Geachte lezers, ik ben er zeker van dat u ze wel kent. Die mensen waarmee je beroepshalve in contact komt maar waarmee je, behalve je beroep, geen enkel raakpunt kan ontdekken en tegen wie je enkel met de grootste moeite de galante mens kan zijn die je anders altijd bent. Soms heb ik het gevoel dat ik mijn passie met zo’n mensen niet wil delen. Toch moet ik het doen, het recht op dezelfde passie kan ik hen immers niet ontzeggen…

Gepubliceerd in: on juni 19, 2007 at 11:53 pm Laat een reactie achter

Een dag vol schuim

De dag vloog alweder voorbij aan het tempo waarmee een slechtvalk zijn duikvlucht richting vers voedsel inzet. Op het werk lonkte Barbara als vanouds naar de gunsten van Herman. Kortgerokt, wilde blonde krullen en borsten als kale kokosnoten. Haar plastisch chirurg was blijkbaar in slechte luim toen hij haar toen nog bescheiden appeltjes besloot vol te spuiten met sneldrogende siliconenlijm. Op maat gemaakte protheses lieten haar loon blijkbaar niet toe. Zo zat ze daar, met haar onnatuurlijke boezem en lange benen die uitmonden op een maat 43, op het bureel van Herman met haar roodgelakte nagels door haar blonde ragebol te strelen. Het was bijna aandoenlijk hoe dat rare lichaam, gemodelleerd naar een Zweedse schoonheidskoningin maar geboetseerd door een dronken hypermetrope beeldhouwer, de onverschrokken Herman met al te doorzichtige manoeuvres probeerde te verleiden. En waartoe? Waar hoopte ze op? Promotie? Alsof ze die met haar diploma ooit zou krijgen, zo naïef is niemand. Ze had niet eens geprobeerd om Rechten te studeren, ze kwam recht van het BSO naar ons. Ach, misschien is het gewoon liefde, ziet ze in hem een sterke kracht, een vaderfiguur die haar leven weer op het juiste spoor kan brengen. Weet ze dan niet dat Herman reeds voltijds vader is voor drie schatten van kinderen? Heus wel, hun foto staat prominent op zijn bureel, waar zij zo graag op zit. Volgens mij zit er geen bewuste strategie achter haar versierpogingen, ze is hoogstwaarschijnlijk zelf in de war. Ze weet niet meer van welk hout pijlen maken en neemt dan maar haar toevlucht tot een onbereikbare, haast absurde liefde. Ik ken het gevoel, maar ben niet zo stom het te tonen. Het hart ligt me niet op de tong, maar het bonst wel in mijn keel wanneer ik aan haar terugdenk. Zij die geen naam meer heeft, die enkel nog een ondergehuild neuronenveld in de hectaren van mijn geheugen vormt.

Barbara en ik, gelijkgestemde zielen, of simpelweg het slachtoffer van eenzelfde vernietigende kracht. Wat is liefde immers meer dan vluchten in elkanders burcht wanneer het eigen kasteel onder water staat?

Gepubliceerd in: on juni 14, 2007 at 9:17 pm Reactie (1)